Hi! Welkom bij www.womenintouch.nl

Home » De blog » Sport » Fietsen | Wielrennen | Mountainbiken » Wattages, hoe werkt dat nou? - Margreet Luimstra

Wattages, hoe werkt dat nou? - Margreet Luimstra

Gepubliceerd op 30 november 2020 om 16:15

Vorige week tijdens de breek van de week deelde ik een aantal tips om sneller te fietsen. Een van de tips was om meer te kijken naar je wattage. Wanneer je aan een ervaren wielrenners vraagt naar wattages weten zij precies waar het over gaat. Wattages zijn misschien wel belangrijker dan de gemiddelde snelheid in kilometers per uur. Maar waarom precies?

 

Gemiddelde snelheid in kilometers per uur

Wanneer je kijkt naar de gemiddelde snelheid in kilometers per uur, zegt dit weinig over de kracht van een wielrenner. Er zijn veel omstandigheden buiten de wielrenner zelf die het gemiddelde kunnen beïnvloeden. Ik kan wel net zo snel fietsen als DE Tom Dumoulin op Strava, maar misschien fietst hij wel in de bergen en ik windkracht 12 mee op een vlakke dijk. Je kunt er dus niet altijd vanuit gaan dat wanneer iemand een gemiddelde van 32 kilometer per uur fiets, “beter” is dan iemand die 23 kilometer per uur fietst. Laat je dus zeker niet afleiden door die gemiddeldes die overal worden weergegeven bij iedereen.

Wat zijn wattages en hoe werkt het?

Een wattage (watt) betekent eigenlijk gewoon een eenheid van power. Stel dat je bijvoorbeeld je huis wilt laten opwarmen met een straalkachel, dan heb je hier ongeveer 700 watt voor nodig. Nu is 700 watt ontzettend veel en zal dit in je eentje niet lukken (met zijn 3/4en zou dit beter lukken). Maar een gloeilamp van 50 watt is voor bijna niemand een lastige opgave. Welk apparatuur je ook neemt in je huis, wanneer het de kracht van het aantal watt ontvangt gaat het aan. Wattages worden dus niet beïnvloed door de omgevingsfactoren, het reageert enkel en alleen op de kracht. Het gaat om jou en de kracht die je uitoefent op je trappers.

 

Hoe meet je de wattages en hoe train je daar mee?

Je wattages op de fiets meten doe je met een wattage meter (en het liefst een hartslagmeter). Veel van de nieuwe fietscomputers hebben deze mogelijkheid inbegrepen. Mocht je nou geen honderden euro’s uit willen geven aan een fietscomputer zijn er ook goedkopere mogelijkheden (verstandig om te Googlen). Om er mee te kunnen trainen moet je weten welke wattage jij kunt trappen. Dit meet je niet door bijvoorbeeld een sprintje te trekken en de hoogste wattage te nemen (kan wel, maar met deze info kun je weinig). Je hebt hiervoor een meting nodig, een FTP-test. Hierbij fiets je bijvoorbeeld 60 minuten op een tempo. Dit tempo moet net onder het omslagpunt liggen (wat je nog net vol kunt houden). De gegevens die daaruit komen wordt het drempelvermogen genoemd, wanneer je net over deze drempel heen gaat hou je het niet meer vol. Je lichaam produceert dan meer afvalstoffen (lactaat) dan dat het uiteindelijk nog kan afbreken, je verzuurt. Een mooi spreekwoord hiervoor is “de man met de hamer”.

 

Nu je je drempelvermogen/omslagpunt weet kun je gaan trainen. Het is de bedoeling dat je deze drempel dus op laat schuiven naar boven. Stel dat je aan het begin van de week 150 watt trapt 60 minuten lang, aan het einde van de week is dit gestegen naar 157 watt, dan ben je dus vooruitgegaan in je kracht (dit is een voorbeeld!)

Omwentelingssnelheid

Ik ga het nog weer even een beetje lastiger maken. Omwentelingssnelheid/cadans, is het aantal keer dat je de trappers rond laat gaan per minuut. Hoe zwaarder je trapt hoe minder vaak dit lukt. De kunst is om bijvoorbeeld een bepaalde cadans aan te houden en meer weerstand toe te voegen. Hierdoor lever je meer kracht en automatisch een hogere wattage. Je gaat dus bijvoorbeeld beginnen bij een lichte trap weerstand. En deze snelheid van trappen volhouden en naar mate de training vordert de weerstand aanpassen (verstandig om dicht bij die drempelvermogen te blijven)

 

Wattage zones

De wattage zones zijn misschien nog wel het belangrijkste van alles. Doordat je een FTP-test hebt gedaan kun je de zones van training bepalen. Zo weet je op welke wattage je moet fietsen bij bijvoorbeeld een duur training of een intervaltraining. Er zijn 7 zones. Met deze zones kun je dus gedoseerd aan de slag met de trainingen. Door de verschillende trainingen af te wisselen en te werken met de zones zullen deze na verloop van tijd opnieuw getest moeten worden. Als het goed is zal je namelijk verbeteren, dus je zone 4 op een bepaald aantal wattages is misschien wel je zone 2 geworden (voorbeeld). De zones zijn opgebouwd van 1 tot en met 7 waarbij 1 de minste kracht kost. Zone 1 kan bijvoorbeeld zijn dat je een tempo trapt wat je UREN lang kunt volhouden en nog genoeg kunt kletsen onderweg.

 

Conclusie

Een gemiddelde snelheid per kilometer is minder belangrijk om sneller te leren fietsen. Wattages geven een realistischer beeld van jouw kracht. Je kunt je trainingen makkelijk indelen op basis van je wattages, hierdoor is een trainingsschema eenvoudiger te volgen.

 

Als laatste wil ik jou als fietser veel succes wensen met het verbeteren van jouw wattages!

Liefs, Margreet @margreet.uimstra

 


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.